5. Zorg een prioriteit

5.4 Ondersteuningsaanbod: basisondersteuning

Elke leerling op het Calvijn College krijgt les van docenten met passie voor de leerlingen en voor hun vak. Daarnaast heeft de leerling een mentor met wie hij of zij minstens één keer per jaar een gesprek heeft. De leerling kan terecht bij een decaan/loopbaanbegeleider met vragen over de loopbaan, heeft de mogelijkheid om een beroep te doen op de onderwijsassistent tijdens sommige praktijkvakken, kan naar een vertrouwenspersoon en krijgt voorlichting over een gezonde levensstijl. Ook worden tijdens rapportenvergaderingen de resultaten van de leerlingen besproken en is er aandacht voor de klas als groep. In de eerste klas is er extra begeleiding voor alle nieuwe leerlingen in de vorm van mentorlessen, een gesprek met ouders/verzorgers en een screening op dyslexie en op welbevinden/motivatie/zelfvertrouwen.

Mentor, spil in de begeleiding

Elke klas of groep - en dus elke leerling - heeft een mentor. Deze is de eerstverantwoordelijke voor de totale begeleiding van de leerling. Hij of zij zal bij bepaalde problemen contact opnemen met de directie, de teamleider, de zorgcoördinator, de docenten en/of de ouders. Voor ouders is de mentor de eerste contactpersoon wanneer er vragen zijn met betrekking tot het functioneren van hun kind op school. Ook voor leerlingen is de mentor degene bij wie ze terecht kunnen.

Kort gezegd komt de functie van de mentor hierop neer:

  • De mentor dient goed op de hoogte te zijn van de individuele omstandigheden van elke leerling van zijn groep;
  • De mentor draagt zorg voor het welbevinden van de groep en van de individuele leerling;
  • De mentor is de eerst aangewezen persoon in het overleg tussen de ouders, de docenten, de directie en de leerling zelf. Voor leerlingen met een specifieke zorgbehoefte wordt in sommige gevallen een zorgmentor aangesteld. Dit is een mentor die zich voor een deel van zijn taak richt op de begeleiding van een of enkele leerlingen.

Decaan / loopbaanbegeleider

Begeleiding van leerlingen bij vakkenpakketkeuzes en de keuze voor een toekomstig beroep vereist specifieke kennis. Om die reden zijn op elke locatie decanen/loopbaanbegeleiders aangesteld. Het behoort tot hun taak voorlichting te geven over het vervolgonderwijs en de beroepen die voor de leerlingen open staan. Decanen stellen informatiemateriaal samen en zijn belast met de begeleiding van de vakkenpakketkeuze. Een decaan/loopbaanbegeleider hoeft niet in alle gevallen direct de leerling te begeleiden. Soms zorgt hij ervoor dat mentoren of vakdocenten voldoende materiaal hebben om de leerling te kunnen begeleiden. Regelmatig organiseren decanen/loopbaanbegeleiders een voorlichtingsavond voor de ouders. Zij proberen, eventueel in overleg met de beroepskeuzeadviseur, de leerling tot een verantwoorde vakkenpakket- en vervolgschoolkeuze te brengen. Daarbij geldt steeds dat de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor een keuze bij de ouders en de leerling blijft liggen. Behalve allerlei geplande voorlichtingsmomenten voor leerlingen en ouders, is er bij de loopbaanoriëntatie en –begeleiding ook behoefte aan individuele voorlichting. Hiervoor is de donderdag erg geschikt, omdat de meeste decanen/loopbaanbegeleiders op deze dag (bijna) geen lessen geven. Leerlingen kunnen zomaar eens binnenstappen bij de decaan/loopbaanbegeleider. Leerlingen én ouders kunnen ook van tevoren een afspraak maken.

Vertrouwenspersonen

Op elke locatie zijn docenten aangesteld als vertrouwenspersoon. Zij zijn door leerlingen en ouders rechtstreeks te benaderen voor een gesprek over zorgen van sociaal-emotionele aard. Daarnaast maken zij deel uit van het zorgadviesteam (ZAT). Zo vormen zij de link tussen de deskundigen en de vakdocenten/mentoren. De namen van de vertrouwenspersonen zijn opgenomen in het locatiespecifieke deel van deze schoolgids.

Excelleren en extra uitdaging

Op iedere locatie bieden we leerlingen mogelijkheden om te excelleren. Leerlingen die meer uitdaging nodig hebben, maken opdrachten buiten de klas. Op locatie Krabbendijke Kerkpolder bieden we leerlingen op een andere manier extra uitdaging, vakwedstrijden spelen hierin een belangrijke rol. Voor alle eerste klassen op locatie Goes Klein Frankrijk is er een screening op begaafdheid. Op diverses locaties hebben leerlingen de mogelijkheid om mee te doen aan plusprojecten. Dit zijn projecten buitenom de reguliere lessen. De leerlingen hebben de mogelijkheid om, na toestemming van de docent, te werken aan hun plusproject in plaats van een lesuur te volgen. Op deze manier wil de school leerlingen nog beter in staat stellen zelf verantwoordelijkheid te leren nemen en hun talenten te ontplooien. Ook is er de mogelijkheid om (hoog)begaafdheidscoaching te krijgen.

BOF: Beter Omgaan met Faalangst (faalangsttraining)

Voor leerlingen met faalangst zijn er op elke locatie begeleidingsmogelijkheden. Zij kunnen deelnemen aan een van de groepstrainingen van acht tot twaalf bijeenkomsten. In een individueel gesprek vooraf wordt uitgemaakt of een dergelijke training voor een leerling wenselijk is. Naast de trainingen in de onderbouw zijn er ook trainingen toegespitst op examenvrees voor vmbo 3/4 en voor havo en vwo 4/5/6. Deze training start na de eerste toetsperiode.

Sociale vaardigheidstraining

De onderbouwleerlingen kunnen een groepstraining volgen om de sociale vaardigheden (sova) te verbeteren. Op enkele locaties wordt in plaats van de gangbare sova-training een training aangeboden, die zich onderscheidt van andere sova-programma’s door een fysieke aanpak. Het gaat dan vooral om ervaren en doen. De kinderen leren beter hun grenzen te herkennen en aan te geven en ook de grenzen van anderen te respecteren. De training start in het tweede halfjaar.

Ondersteuning bij dyslexie

Voor leerlingen met dyslexie kunnen er aanpassingen gelden in de klas, zoals langere tijd voor toetsen, gebruik van een laptop of het minder zwaar meetellen van spelfouten. Ze krijgen coachingsgesprekken met de dyslexiebegeleider. Ook wordt er geoefend en geadviseerd met betrekking tot leervaardigheden. Onder bepaalde voorwaarden kan een leerling met dyslexie vrijstelling voor een vak krijgen (dispensatie). Ook is het onder bepaalde voorwaarden mogelijk dat het onderwijsprogramma binnen een vak wordt aangepast (compensatie). Zie hoofdstuk 5.6.

Integratiegroep en individueel maatwerk

Er is een integratiegroep (IG) voor leerlingen die de normale lessen volgen, maar niet optimaal binnen de reguliere klas functioneren zonder begeleiding. Dit zijn bijvoorbeeld leerlingen die meer structuur of rust nodig hebben, gedragsproblemen hebben of begeleiding op maat buiten de klas. De leerlingbegeleiders kunnen deze leerlingen individueel of in groepjes begeleiden, helpen met plannen, een luisterend oor bieden en zij bouwen een band met hen op. In de integratiegroep bestaat ook de mogelijkheid van pauzeopvang of time-out. Leerlingen die dat nodig hebben, kunnen zo even in een rustige ruimte tot zichzelf komen. Het Calvijn College biedt ook individueel maatwerk (voor arbeidstoeleiding). Mogelijkheden zijn het volgen van een mbo-opleiding niveau 1, een duaal traject of leerwerktraject, in een extra vak examen doen, examen doen op een hoger niveau voor één of meerdere vakken, instromen op het mbo of uitstromen naar de arbeidsmarkt.

Ambulante begeleiding

Sommige leerlingen ontvangen ambulante begeleiding in verband met (structurele) kind-eigen problematiek. Bij deze groep leerlingen gaat het er altijd om een balans te vinden tussen de eisen van onderwijs, sociale omgeving en maatschappij enerzijds en de mogelijkheden van het kind anderzijds. De ambulant begeleider houdt zicht op het totale welbevinden van de leerling en zet zijn specifieke expertise in om de leerling zo goed mogelijk van het onderwijs te kunnen laten profiteren. Dit kan gebeuren door daadwerkelijke begeleiding van de leerling, maar ook door advisering en ondersteuning van de mentor, de vakdocenten, de andere begeleiders of de ouders. Er zijn zowel interne als externe ambulant begeleiders binnen het Calvijn College werkzaam. De intern ambulant begeleiders hebben een onafhankelijke positie in het gesprek tussen ouders en de onderwijsgevenden in de school. Voor ambulante begeleiding in verband met gehoor-, taal- en spraakproblematiek moet een indicatie aangevraagd worden bij Auris. Gaat het om een visuele beperking, dan moet een indicatie worden aangevraagd bij Visio. Betreft het epilepsie, dan is er een indicatie nodig van het LWOE.
 

Samenstelling expertiseteam leerlingondersteuning:

mw. A.F. Almekinders-Kasse MEd. (alm)

ambulant begeleider

(Kerkpolder, Middelburg)

 

mw. W.T. van Belzen-Bakker BA. (blb)

ambulant begeleider

(Goes, Appelstraat)

 

mw. N.F. Bezemer-de Bree MSc. (bzm)

orthopedagoog (NVO)

(Goes)

 

mw. M. Christiaanse MEd. (chr)

ambulant begeleider

(Goes, Kerkpolder)

 

dhr. J. Eversdijk MEd. (eve)

ambulant begeleider

(Tholen)

 

mw. S.M. Heger-Bijnagte MSc. (hgb)

orthopedagoog (NVO)

(Appelstraat, Middelburg)

 

mw. W. van Houte-van Binsbergen BA. (htb)

ambulant begeleider

(Appelstraat)

 

mw. S. Kriekaard MEd. (krk)

ambulant begeleider

(Goes, Appelstraat, Kerkpolder)

 

mw. A.W.L. Markus-Vlot MSc. (mks)

orthopedagoog Generalist (NVO)

(Kerkpolder)

 

mw. M.G. Matthijsse MEd. (mat)

ambulant begeleider a.i.

(Appelstraat)

 

mw. J.C. de Ruijter-Poortvliet MSc. (rpv)

orthopedagoog (NVO)

(Appelstraat, Tholen)

 

dhr. D.J. Vorstelman MEd. (vor)

ambulant begeleider a.i.

(Appelstraat)

 


Verdere ondersteuningsvormen

Leerlingen die meer ondersteuning nodig hebben, kunnen gekoppeld worden aan een andere leerling, een buddy-leerling. Het doel hiervan is extra steun bij de dagelijkse en schoolse zaken in de klas, zoals bijvoorbeeld het duwen van de rolstoel. Ook is er een ruimte beschikbaar waar leerlingen even alleen kunnen zijn. Op school zijn studienissen beschikbaar om huiswerk te maken en kunnen leerlingen een beroep doen op huiswerkbegeleiding. Als huiswerkbegeleiding niet genoeg ondersteuning geeft, kan in sommige gevallen remedial teaching gegeven worden. Remedial teaching is bijles in vakken als rekenen, Nederlands en Engels, waarbij aandacht wordt besteed aan leerstrategieën. Dit kan individueel of groepsgewijs plaatsvinden.