5. Zorg een prioriteit

5.9 Ouders

Aangezien de ouders de primaire verantwoordelijkheid voor hun kind dragen, worden zij in principe altijd betrokken bij de hulp aan hun kind. 

Dit past bij de grondslag van onze school. Bovendien zijn de ouders wettelijk de gezagsdragers over hun kind tot aan de 18everjaardag. Daarom wordt uit principe altijd toestemming gevraagd aan ouders voor externe hulpverlening en worden zij altijd geïnformeerd bij interne hulpverlening.

Interne hulp

Interne hulp is de hulp die loopt via de mentor, de vertrouwenspersoon en de zorgcoördinator. Onder hulp wordt verstaan dat er op de een of andere manier extra aandacht aan de leerling gegeven wordt. Alleen eigen personeel van de school is bij de leerling betrokken. Bij een consult (advies aan een interne deskundige) worden de ouders niet geïnformeerd.

Externe hulp

Deze hulp definiëren we als hulp die gegeven wordt door personen die niet bij het Calvijn College in dienst zijn. Een aanmelding bij het zorgadviesteam (zat) wordt beschouwd als het inschakelen van externe hulp, omdat onder meer de jeugdarts (GGD) en de maatschappelijk werker (De Vluchtheuvel) niet bij onze school in dienst zijn. De orthopedagogen zijn wel in dienst van de school, maar ook zij verlenen pas hulp na aanmelding bij het zat.

Werkwijze bij een veilige situatie:

De school schakelt alleen externe hulp in als ouders daar toestemming voor geven. Vanaf 16-jarige leeftijd is ook toestemming van de leerling vereist. Als de leerling die niet geeft, dan is het de verantwoordelijkheid van de ouders om te besluiten hoe zij hier mee omgaan.

Werkwijze bij een onveilige situatie:

Een onveilige situatie is een situatie waarin ernstige schade aan een betrokkene dreigt te ontstaan. Ook hier geldt de lijn dat de school alleen met toestemming van de ouders externe hulp inschakelt. Er kunnen echter bijzondere omstandigheden zijn die dit moeilijk maken.

  • Voor een kind jonger dan 16 jaar geldt het volgende: Indien er sprake is van een onveilige situatie kan het ZAT voorstellen om de ouders niet om toestemming te vragen, maar ze dienen zo mogelijk wel te worden geïnformeerd. Uitgangspunt blijft dat gezocht wordt naar de mogelijkheid om instemming van de ouders te krijgen. Het ZAT-voorstel wordt in een vierhoeksoverleg (mentor, vertrouwenspersoon, zorgcoördinator, teamleider) besproken en al dan niet overgenomen. Vervolgens beslist de locatiedirecteur.
  • Voor leerlingen ouder dan 16 jaar wordt dezelfde werkwijze gehanteerd. Is er sprake van een onveilige situatie dan zal zeer zorgvuldig, mede in het licht van de Wet bescherming persoonsgegevens, afgewogen worden of het niet-vragen van toestemming aan de ouders gerechtvaardigd wordt door de belangen van de leerling.

Dicht bij de leerling

Het belangrijkste in de begeleiding blijft de dagelijkse betrokkenheid van ouders en school op de leerlingen. Op school zijn het de vakdocenten en mentoren die het dichtst bij de leerling staan. Zij bieden een luisterend oor, een bemoediging of advies waar dat even nodig is. Zij geven een signaal af bij de zorgcoördinator of vertrouwenspersoon als ze zich zorgen maken om een van de leerlingen. Maar nog dichter bij hen staan de ouders. Zij kennen hun kind als geen ander en hebben de grootste invloed op hun kind. Zij signaleren meestal het beste wanneer de ontwikkeling van hun kind dreigt te stagneren. Daarom is het van groot belang dat ouders contact opnemen met de school (mentor, vertrouwenspersoon, zorgcoördinator of teamleider) wanneer daar aanleiding toe is.