9. Bijlagen

9.1 Grondslag en doel

Het Calvijn College is een reformatorische school en heeft een duidelijke grondslag en identiteit.

Statuten

De stichting Calvijn College heeft als grondslag “de Heilige Schrift als het onfeilbaar Woord van God, zoals daarvan belijdenis wordt gedaan in de artikelen 2 tot en met 7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Zij onderschrijft geheel en onvoorwaardelijk de Drie Formulieren van Enigheid, zoals deze zijn vastgesteld door de Nationale Synode, gehouden te Dordrecht in de jaren zestienhonderd achttien en zestienhonderd negentien. De stichting en de van haar uitgaande scho(o)l(en) maken gebruik van de getrouwe overzetting van de Heilige Schrift uit de oorspronkelijke talen in de Nederlandse taal volgens het besluit van voornoemde Synode.” Sinds 1 augustus 2008 is het Calvijn College ondergebracht in een stichting: Stichting Calvijn College. Deze stichting heeft zich in haar statuten het volgende doel gesteld: “Het doen verstrekken van voortgezet onderwijs op gereformeerde grondslag voor de provincie Zeeland en daaraan gelieerde activiteiten overeenkomstig de in artikel 2 genoemde grondslag, zonder daarbij het maken van winst te beogen.” De stichting streeft dit doel na “door het stichten en in stand houden van één of meer scholen voor voortgezet onderwijs, en voorts door alle andere wettige middelen welke tot het gestelde doel dienstig zijn.”

Vertaling naar de praktijk

Het voorgaande uit de statuten vraagt natuurlijk vertaling naar de dagelijkse praktijk. Er zijn immers meerdere verenigingen en stichtingen met deze grondslag. Van belang is dan ook de vraag wat dit voor het onderwijs op het Calvijn College betekent. In de naamgeving van onze school komt al tot uitdrukking dat wij wensen te staan in de lijn van de Reformatie en de naar onze overtuiging daarbij behorende Nadere Reformatie. Dat heeft als gevolg dat de school en allen die daarbij betrokken zijn, belijden dat een persoonlijke reformatie, als een eenzijdig Godswerk, voor ieder mens noodzakelijk is en dat dit moet doorklinken in het dagelijks werk. Als het goed is moet onze grondslag als een ‘zuurdesem’ het onderwijs doortrekken. Dit blijkt ook uit onze algemene schooldoelstelling, waarin verwoord is wat we ten diepste met ons onderwijs beogen:

In afhankelijkheid van de zegen des Heeren die opleiding en vorming verzorgen waarin de Heere geëerd wordt, waardoor leerlingen mogen komen tot een leven in de vreze des Heeren en toegerust worden tot het functioneren overeenkomstig de eis van de Wet Gods in gezin, kerk en maatschappij.
 

Deze missie is uitgangspunt voor de doelstellingen van de verschillende vakken. Maar dat niet alleen. Soms wordt daardoor duidelijk een plaats gegeven aan bepaalde zaken of vakken. Met deze schooldoelstelling is bijvoorbeeld niet alleen van belang of een vak een examenvak is (opleiding), maar ook wat er aangereikt wordt voor de toekomst van de leerling en voor het omgaan met anderen (vorming). Dan gaat het niet alleen om lessen, maar ook om activiteiten buiten de lessen en om de omgang met elkaar. Immers, niet alleen tijdens de lessen, maar ook daarbuiten (onder meer via andere vormen van onderwijs) vindt overdracht van Bijbelse waarden en normen plaats. Deze vorming vindt plaats om de leerlingen toe te rusten tot een verantwoord functioneren – een leven naar Gods geboden – in een geseculariseerde samenleving.

Een pedagogische opdracht

Wanneer we de missie op ons laten inwerken, mag duidelijk zijn dat het in de eerste plaats gaat om een opvoedkundige taak. In het reformatorisch onderwijs moet de onmisbaarheid van het persoonlijk mogen kennen en dienen van de Heere door middel van wedergeboorte en geloof centraal staan. Het dienen van de naaste vloeit daaruit voort. Het is een doelstelling waar ouders de eerste verantwoordelijkheid voor dragen, maar waar we als school nauw bij willen aansluiten. Dit betekent dat goede contacten met ouders nodig zijn om samen voor het belang van onze jongeren te staan. Leerlingen moeten vanuit het staan op dezelfde grondslag eenheid ervaren tussen school, gezin en kerk. Naast een gedegen opleiding, waarin kennis en vaardigheden worden overgedragen, zijn toerusting en vorming van groot belang (zie hoofdstuk 3.2). Toerusting en vorming moeten als een ‘rode draad’ door de opleiding heen lopen. Het gaat dan met name om overdracht van Bijbelse normen en waarden en het hieraan toetsen van moderne maatschappelijke ontwikkelingen. Dit met het oog op het voorbereiden van de leerling op een plaats als christen in de maatschappij. Opvoeden kan alleen in een klimaat waarin jongeren zich thuis voelen en waarin rekening gehouden wordt met onderlinge verschillen in talenten. Het betekent een aanbod van verschillende opleidingsroutes en uitdaging op maat waarin leerlingen overeenkomstig hun talenten onderwijs kunnen volgen. En aandacht voor zorg en begeleiding van leerlingen. Een goed pedagogisch klimaat wordt ook gekenmerkt door het handhaven van Bijbelse gezagsrelaties, waarin zowel sprake is van liefde en respect als van discipline.