9. Bijlagen

9.5 Overgangsrichtlijnen

Bijzondere omstandigheden

Deze bijlage informeert u over de overgangsrichtlijnen per onderwijssoort en leerjaar. Bij bijzondere omstandigheden kan de rapportvergadering waarin alle docenten aanwezig zijn die aan betreffende leerling les hebben gegeven, besluiten de richtlijnen niet toe te passen. In dat geval wordt eerst duidelijk gesteld wat die bijzonderheden zijn en vervolgens waarom de richtlijnen niet van toepassing worden verklaard. Daarna besluit de vergadering wat zij in het belang van de leerling het beste vervolg achten.

15.5.1 Overgangsrichtlijnen, schoolbrede bepalingen

  1. Eis met betrekking tot het vak godsdienst.
    We verwachten van elke leerling dat hij of zij voor het vak godsdienst minimaal een voldoende behaalt als jaarcijfer, ook in de examenjaren. Zie voor meer informatie hierover hoofdstuk 3.1. Het overgangscijfer voor dit vak telt ook mee in de puntenregeling voor de overgang. Voor de niet-examenklassen geldt dat wanneer het cijfer voor godsdienst per cijferrapport lager is dan 5,5, er een extra toets gemaakt moet worden over de stof van die periode. Het cijfer van deze toets wordt toegevoegd aan de reeds behaalde cijfers. Is het resultaat aan het eind van het schooljaar nog steeds een onvoldoende, dan krijgt een leerling een taak van minimaal twee dagen werk op school waarin hij/zij aantoont alsnog voldoende werk te hebben geleverd. Is het geleverde werk onvoldoende dan kan de leerling niet bevorderd worden. Voor vmbo-4 wordt verwezen naar de herkansingsregeling in het PTA (Programma van Toetsing en Afsluiting). Is aan het einde van het schooljaar het resultaat lager dan 5,5, dan wordt gedurende een aantal dagen de toegang tot de lessen en bijzondere activiteiten ontzegd. Ook voor havo-4 en -5 en vwo-4, -5 en -6 wordt verwezen naar de herkansingsregeling in het PTA. Voor havo-4 en vwo-4/-5 geldt dat, indien het overgangscijfer aan het eind van het schooljaar lager is dan 5,5, een leerling een taak krijgt van minimaal twee dagen werk op school waarin hij/zij aantoont alsnog zich naar behoren te hebben ingezet. Echter het cijfer dat meegenomen wordt naar het daaropvolgende jaar blijft wel staan.
  2. Alle overige vakken hebben een gelijk gewicht. 
  3. Het schooljaar is verdeeld in minimaal drie perioden. Aan het eind van elke periode worden de ouders per e-mail geïnformeerd over de cijfersWe hanteren het systeem van het voortschrijdend gemiddelde. Per periode worden minimaal twee cijfers gegeven. Dat is een overzicht van de in die periode behaalde cijfers, met daarop ook het voortschrijdend gemiddelde.
  4. Om te bepalen of een leerling bevorderd wordt, doubleert of in de bespreekzone komt, wordt voor de eerste drie leerjaren de volgende puntentelling gehanteerd:
    Cijfer:    10  9  8  7  6  5   4  3  2
    Punten: +4 +3 +2 +1  0  -3  -4 -5 -6
  5. Het laatste cijferrapport is meteen het eindrapport. Dit rapport wordt afgerond op hele getallen.
  6. Het is niet toegestaan om een zelfde leerjaar voor de derde keer te doen.
  7. Niet gegeven vakken tellen niet mee bij de overgang.
  8. In zaken waarin niet is voorzien of in gevallen van kennelijke onbillijkheid, beslist de rapportvergadering.
  9. Rapportcijfers lager dan 2 worden niet gegeven.
  10. Niet gemaakte toetsen zullen in het algemeen ingehaald moeten worden.

Overgangsrichtlijnentabel

In de overgangsrichtlijnentabel is aangegeven wanneer de leerling bevorderd wordt, in de bespreekzone terechtgekomen is of doubleert. De bespreekzone is afhankelijk van het aantal vakken. Naast de grenzen voor de bespreekzone worden leerlingen met voldoende pluspunten maar meer dan 9 minpunten in de onvoldoendes ook in de bespreekzone geplaatst. Dit alles geldt niet voor de Tweede Fase. Als u het rapport van uw kind bekijkt, dan kijkt u eerst naar het aantal vakken(inclusief het vak godsdienst), vervolgens zoekt u het leerjaar en de betreffende stream of afdeling op. Dan kunt u lezen wanneer uw kind bevorderd is, in de bespreekzone komt of doubleert. Heeft uw kind een score die niet in de bespreekzone valt, maar staan er toch onvoldoendes op de lijst die samen meer dan 9 minpunten opleveren, dan komt uw kind toch in de bespreekzone.

Voorbeeld:
Uw kind heeft 11 vakken en zit in klas 1, stream 2. U komt dan bij het vak, waarin staat -4 en -12. Dat betekent, als uw kind -4 punten heeft op het eindrapport, dan is uw kind bevorderd. Ligt het aantal punten van uw kind in de zone van -5 tot en met -11, dan komt uw kind in de bespreekzone. Heeft uw kind -12, dan wordt hij/zij niet bevorderd. Heeft uw kind bijvoorbeeld 2 punten op het eindrapport, maar tegelijk tweemaal een 5 en eenmaal een 4, dan komt uw kind toch in de bespreekzone. Een 5 telt voor -3 en een 4 voor -4. Dat levert dus -10 op. Die werd wel gecompenseerd door andere vakken, maar zulke onvoldoendes geven toch reden tot zorg. Vandaar dat uw kind dan toch in de bespreekzone komt.

Kanttekening bij tabel: combiklassen

Er zijn klassen met een andere samenstelling (bijvoorbeeld de combinatie van twee streams). Voor deze klassen kan de lessentabel iets afwijken. Voor deze klassen kunnen ook andere overgangsnormen gelden; als dat zo is, wordt u hierover door de locatie geinformeerd. 

Bespreekzone

De bedoeling van de bespreekzone is om op basis van leerlingkenmerken te beoordelen wat de beste vervolgweg voor de leerling is. Voor leerlingen die in deze bespreekzone zitten, kunnen na bespreking een tweetal mogelijke beslissingen genomen worden, te weten bevorderen of doubleren. Daarnaast is het mogelijk dat een advies gegeven wordt voor een bepaald vervolgtraject.

Examenjaar

Aan de leerlingen uit vmbo-3 en -4, havo-4 en -5 en atheneum- 4, -5 en -6 wordt vóór 1 oktober van het schooljaar een PTA (Programma van Toetsing en Afsluiting) uitgereikt. Het PTA bevat de regelingen rondom onder meer schoolexamens en centrale examens, de werkwijze, de weging van de diverse onderdelen en herkansing. Kort voor het centraal examen worden de leerlingen schriftelijk en mondeling nader geïnformeerd over de gang van zaken rondom deze examens. In hoofdstuk 7.4 van deze gids is een datumoverzicht opgenomen van de schoolexamens en het centraal examen van dit schooljaar.

15.5.2 Overgangsrichtlijnen, bepalingen van klas 1 en 2 


Naast de algemene overgangsrichtlijnen, geldt voor klas 1 en 2 het volgende: 

  1. Bij tussentijds wisselen van stream 2 naar stream 1 of van stream 3 naar stream 2, wordt de formule (oorspronkelijk rapportcijfer - 2) x 1,25 gehanteerd. Deze berekening geldt alleen voor het vaststellen van het jaarcijfer. Een overstap als deze kan alleen gemaakt worden na een positief advies van de rapportvergadering. Bij een wisseling in omgekeerde volgorde, dus van stream 1 naar stream 2 of van stream 2 naar stream 3, geldt voor alle vakken op dezelfde wijze de formule oorspronkelijk rapportcijfer x 0,8 + 2.
  2. De bevorderingscriteria zijn terug te vinden in de overgangsrichtlijnentabel.

15.5.3 Overgangsrichtlijnen, bepalingen van vmbo-3


Naast de algemene overgangsrichtlijnen, geldt voor vmbo-3 het volgende:

  1. Een leerling wordt bevorderd als voor de vakken waarin centraal examen wordt gedaan en voor het vak maatschappijleer 1 wordt voldaan aan de volgende criteria:
  • hooguit 1 x een 5 en verder voldoendes
  • hooguit 2 x een 5, verder voldoendes en minstens 1 x een 7 of hoger
    Daarnaast geldt voor vmbo bb/kb: hooguit 1 x een 4, verder voldoendes en minstens 1 x een 7 of hoger. Het beroepsgerichte vak bb/kb bestaat uit het profieldeel en vier keuzevakken. De vier keuzevakken samen vormen een combinatiecijfer. Het combinatiecijfer is het gemiddelde van de vier keuzevakken. Dit betreft alleen PTA-werk. Het profieldeel bestaat uit PTA-werk en examen. Het eindcijfer van het profieldeel is het PTA en het examen. In de zak- slaagregeling tellen het combinatiecijfer en het profieldeelcijfer apart mee.  

2. Alle handelingsdelen van het PTA uit klas 3 moeten met een voldoende zijn afgerond. Een leerling in vmbo-3 gl die als jaarcijfer een 4 in zijn vakkenpakket heeft, wordt in de bespreekzone geplaatst. De rapportvergadering beslist of deze leerling alsnog zonder meer bevorderd wordt of dat hij doubleert, tenzij hij een vakkenpakketwisseling toepast. Is dat niet mogelijk in verband met onvoldoende resultaten in de niet-gekozen examenvakken, dan doubleert deze leerling. Is het niet mogelijk vanwege de samenstelling van de clusters, dan beraadt de vergadering zich opnieuw of deze leerling doubleert of alsnog bevorderd wordt.

3. Een leerling in vmbo-3 kb die in die leerweg zijn handelingsopdrachten naar behoren heeft afgesloten, kan schuin bevorderd worden naar vmbo-4 bb als er een positieve beslissing is van de rapportvergadering. Daarbij geldt:

  • De leerling zou op grond van de behaalde cijferresultaten (overgangscijfers, niet-schoolexamencijfers) in de bespreekzone zitten of doubleren.
  • De leerling zou na omrekening van de behaalde overgangscijfers met de formule oorspronkelijk rapportcijfer x 0,8 + 2 wel overgaan. Deze omrekening dient alleen om een ondergrens vast te stellen. Een leerling die na omrekening ook in de bespreekzone van vmbo bb zit, komt niet voor schuine bevordering in aanmerking.
  • De leerling krijgt geen omgerekende cijfers op zijn overgangsrapport, maar gewoon de behaalde cijfers.
  • De behaalde schoolexamenresultaten gaan mee als cijfer voor periode 1 in klas 4.
  • Schuine bevordering mag geen beloning zijn voor onvoldoende inzet.
  • Bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld langdurige ziekte of gezinsomstandigheden, worden in overweging genomen.
  • Zonodig wordt door stemming van de lesgevende docenten beslist. Na een positieve beslissing van de rapportvergadering maken de ouders en de leerling zelf de keus tussen doubleren en schuin bevorderen. Indien de leerling over is in vmbo kb maar op verzoek van de ouders schuin wordt bevorderd, geldt hetgeen hiervoor is gesteld over het meenemen van cijfers.

15.5.4 Overgangsrichtlijnen, bepalingen van havo-3 (waaronder vakhavo) en atheneum/gymnasium-3


Naast de algemene overgangsrichtlijnen, geldt voor havo-3 en atheneum-3 het volgende:

  1. Bij tussentijds wisselen van atheneum/gymnasium-3 naar havo-3 (en andersom) of van havo-3 naar vmbo-3 (en andersom) vervallen de reeds behaalde cijfers en wordt de leerling in de bespreekzone geplaatst. Bij schuine bevordering van atheneum/gymnasium-3 naar havo-4 wordt op de onafgeronde jaarcijfers de formule oorspronkelijk rapportcijfer x 0,8 + 2 toegepast en gelden de richtlijnen van havo-3.
  2. De bevorderingscriteria zijn terug te vinden in de overgangsrichtlijnentabel. 
  3. Een leerling wordt in de bespreekzone geplaatst wanneer een van de drie kernvakken (Nederlands, Engels en wiskunde onvoldoende is.
  4. Een eventueel extra examenvak moet voldoende zijn.
  5. In incidentele gevallen is het mogelijk over te stappen van havo-3 naar vmbo-4. Een voorwaarde is dat een leerling in elk geval de examenonderdelen in vmbo-3 naar verwachting moet kunnen doen. In een dergelijk geval zal een aangepast PTA samengesteld worden.

15.5.5 Overgangsrichtlijnen, bepalingen van havo-4, atheneum/gymnasium-4 en -5

  1. Een leerling wordt bevorderd als het afgeronde eindcijfer (met uitzondering van lichamelijke opvoeding en loopbaanoriëntatie) voor alle vakken een 6 of meer is; voor één vak een 5 en voor de andere vakken een 6 of meer is; voor twee vakken een 5 en voor de andere vakken een 6 of meer is, mits het gemiddelde van de afgeronde overgangscijfers een 6,0 of meer is; voor één vak een 5 en voor één vak een 4 en voor de andere vakken een 6 of meer is, mits het gemiddelde van de afgeronde overgangscijfers een 6,0 of meer is. Een leerling wordt in de bespreekzone geplaatst wanneer een van de drie kernvakken (Nederlands, Engels en wiskunde onvoldoende is.
  2. De vakken lichamelijke opvoeding en loopbaanoriëntatie van het gemeenschappelijk deel moeten zijn beoordeeld als ‘voldoende’ of ‘goed’. Een leerling die niet ‘naar behoren’ aan deze vakken voldaan heeft, krijgt een taak waarmee de leerling alsnog de onderdelen die ‘niet naar behoren’ verricht zijn, kan compenseren. Deze taak moet voor de zomervakantie afgerond zijn. Het vak moet uiteindelijk ‘naar behoren’ verricht zijn.
  3. De vaardigheden uit de handelingsdelen van de vakken dienen ‘naar behoren’ afgesloten te zijn. Ook hier kan een taak gegeven worden, die voor de zomervakantie ‘naar behoren’ afgerond moet zijn.
  4. Als niet aan overgangscriterium 1 wordt voldaan, beslist de rapportvergadering over bevorderen of doubleren.
  5. Als niet aan overgangscriterium 2 wordt voldaan, wordt de leerling niet bevorderd.
  6. Als niet aan overgangscriterium 3 wordt voldaan, wordt de leerling niet bevorderd.
  7. De cijfers die meetellen bij de overgang van vwo-5 naar vwo-6 bestaan uit de overgangscijfers van de vakken die in vwo-5 door de leerling zijn gevolgd, inclusief de sec-cijfers (schoolexamencijfers) van de vakken die de leerling in vwo-4 heeft afgesloten.